Duurdere vliegtuigtickets en stijgende voedselprijzen jagen Amerikaanse inflatie op

De Amerikaanse BLS meldde gisteren dat de CPI of consumentenprijzenindex daalde tot 0,3% (0,33% niet-afgerond), wat hoger was dan de verwachting van een stijging van 0,2%. De energieprijzen daalden met 2,7% op maandbasis door een terugval in de kleinhandelsbenzineprijzen.

De de Y/Y headline CPI daalde van 8,5% in maart tot 8,3% in april, waarbij de maand maart waarschijnlijk de inflatiepiek weerspiegelt, ook al was het inflatiecijfer voor april sterker dan de verwachte 8,1%. De core CPI steeg eveneens sterker dan verwacht, gezien een stijging van 0,6% (0,57% niet-afgerond) mom versus een consensus van 0,4%. Dit leidde ertoe dat de Y/Y-kerinflatie daalde van 6,5% naar 6,2%.

Een opmerkelijke vaststelling door Brean Economics laat zien hoe wijdverbreid de inflatie vorige maand was: “Van de 95 CPI-componenten die we kunnen traceren tot 1998 (die 98% van de CPI dekken) vertoont 63% jaar-op-jaar prijsstijgingen van 6% of meer in april, wat het hoogste aandeel ooit is.”

Een van de belangrijkste oorzaken van de opwaartse verrassing was een recordstijging van 18,6% van de luchtvaarttarieven, die voor 13 bp mee telde aan de kern-CPI en een weerspiegeling is van de sterkere vraag naar vliegtuigtickets vanwege de heropeningsdruk. Dit droeg bij tot een bredere stijging van de transportdiensten met 3,1% op maandbasis, waarbij de prijzen voor autoverhuur en motorrijtuigenverzekeringen ook beide met 0,8% stegen. Naast het thema van de heropening, won de accommodatie 1,7% mom.

Vooruitblikkend, merkt Bank of America op dat het Rusland/Oekraïne-conflict en de lockdowns in China risico’s blijven voor de grondstofprijzen en de omstandigheden in de wereldwijde toeleveringsketen, wat zou kunnen leiden tot verdere wanorde.