En ook de rookgordijnen staan in brand (2)

En? Voldoende gerecupereerd, zo na die eerste rit? De hersencellen en de motivatie nog intact? Zolang Rickards je niet op de darmen slaat, ben je rijp voor rit 2. Komt-ie!

Hoofdstuk 4 – Debt and deflation derail recovery

Vrij vertaald: ‘schulden en deflatie doen het herstel ontsporen’. In dit hoofdstuk behandelt Rickards de MMT (Moderne Monetaire Theorie). Enfin, een monetair rookgordijn, zo je wil. Kort door de bocht: MMT is eigenlijk gewoon gratis geld, de ‘printer goes brrrr’ … Voorbij de reguliere monetaire en fiscale geldsluizen vind je MMT terug in het geld dat vandaag als manna uit de dunne lucht valt (‘out of thin air’, nietwaar) en dat niemand ooit nog moet terugbetalen. Het is geen lening, geen schenking onder voorwaarden, neen, kijk, hier, je krijgt dit gewoon. De Amerikanen kennen dat bijvoorbeeld in de vorm van stimuluscheques, eerst van 600 dollar, recent van 1400 dollar, en als het even meezit straks van 15000 dollar, wetenwijveel.

Voorlopig gaan die cheques rechtstreeks naar TINA – there’s no alternative -, de beurs dus. Denk maar aan al die Robinhooders, die gratis en voor niks (nu ja, alleen ten koste van hun privacy) speculeren op aandelen van soms al failliete bedrijven. Intussen gaat die fenomenalewinstenkoorts viraal, en muteert ze naar hilarische varianten: op Twitter bestaat er al een account @TikTokInvestors, waar filmpjes opduiken van jeugdpuisters met als boodschap ‘How to turn your $600 stimmy into $13k’. Hier te bekijken (klik en krijg de krul).

Lang duurt het dus allicht niet meer vóór dit soort cheque omgezet wordt in een permanent UBI, een Universeel BasisInkomen, waarbij iedereen geld op de rekening gestort krijgt om te liggen netflixen.

Rickards kotert al snel de middelvinger in deze MMT-wonde: “MMT fails not because of what is says but because of what it ignores. The issue is not whether there is a legal limit on money creation but whether there is a psychological limit. The real source of money status is not state power; it’s confidence. (…) MMT’s great failing is that it takes confidence for granted. (…) MMT’s other blind spot is velocity or turnover of money. (…) The reaction to lost confidence in one form of money is to spend it as fast as possible or acquire another form. This behavioral adaptation, not money printing, is the real cause of inflation. Confidence and velocity are inversely correlated and together are the Achilles’ heel of MMT. (…) MMT’s intellectual failings wil become apparent in the next several years. This could play out as persistent deflation (because MMT policies cannot create growth) or as inflation (as MMT policies destroy confidence in state money). Likely both will emerge: deflation first, followed by inflation.” (p.81-82)

(“MMT faalt niet door hetgeen het zegt, maar door wat het negeert. Het pijnpunt is niet of er een wettelijke grens is aan geldschepping, maar of daar een psychologische grens aan vasthangt. De echte bron van de status van geld is niet de macht van de staat; het is vertrouwen. (…) De grote mislukking van MMT is dat het vertrouwen als vanzelfsprekend beschouwt. (…) MMT’s andere blinde vlek is de omloopsnelheid van geld. (…) De reactie op het verlies van vertrouwen in de ene vorm van geld is om het zo snel mogelijk uit te geven, of om (het onder) een andere vorm te krijgen. Deze aanpassing van (ons) gedrag – en niét het drukken van geld – is de echte oorzaak van inflatie. Vertrouwen en de omloopsnelheid zijn omgekeerd gecorreleerd en vormen samen de achilleshiel van MMT. (…) De intellectuele tekortkomingen van MMT zullen de komende jaren duidelijk worden. Dit kan zich uiten als aanhoudende deflatie (omdat MMT-beleid geen groei kan creëren) of als inflatie (aangezien MMT-beleid het vertrouwen in geld van de staat kapotmaakt). Waarschijnlijk zullen beide opduiken: eerst deflatie, gevolgd door inflatie.”)

En van MMT naar een Japan-scenario is voor Rickards maar een kleine stap. Minstens zijn Amerika (en neem van ons aan, ook de rest van de wereld) ziet hij een japanificatie ondergaan, een langgerekte financieel-economische winterslaap, in aanloop naar een soort ingebrekestelling:

“This point of default is sure to arrive, yet is will be preceded by a long period of weak growth, stagnant wages, rising income inequality, and social discord (…). The end point is a rapid collapse of confidence in U.S. debt and the U.S. dollar. This means higher interest rates to attract investor dollars to continue financing the deficits. Of course, higher interest rates mean larger deficits, which make the debt situation worse. Or the Fed could monetize the debt (as the MMT followers would have it), yet that’s just another path to lost confidence. You cannot borrow your way out of a debt trap and you cannot print your way out of liquidity trap. The result is another twenty years of slow growth, austerity, financial repression (where interest rates are held below the rate of inflation to gradually extinguish the real value of debt), and an expanding wealth gap. The next two decades of U.S. growth would look like the last three decades in Japan. Not a collapse, just a long, slow stagnation – another name for depression.” (p.92-93)

(“Dit punt van ingebrekestelling komt er zeker aan, maar zal worden voorafgegaan door een lange periode van zwakke groei, stagnerende lonen, stijgende inkomensongelijkheid en sociale verdeeldheid (…). Het eindpunt is een snelle ineenstorting van het vertrouwen in de Amerikaanse schuld en de Amerikaanse dollar. Dit betekent hogere rentetarieven om dollars van investeerders aan te trekken, om de tekorten te blijven financieren. Natuurlijk, hogere rentetarieven betekenen grotere tekorten, die de schuldsituatie nog verergeren. Of de Fed zou de schulden kunnen monetiseren [nvda: te gelde maken van obligaties, schatkistpapieren e.d. door plaatsing bij de Centrale Bank, die een geldscheppende instelling is – bron: Van Dale] (zoals de MMT-volgers het zouden willen), maar dat is gewoon een andere weg naar verloren vertrouwen. Je kan je niet zomaar een uitweg uit een schuldenval lenen en je kan je niet zomaar een uitweg uit een liquiditeitsval printen. Het resultaat is nog eens twintig jaar van trage groei, bezuinigingen, financiële repressie (waarbij de rentetarieven onder het inflatiepercentage worden gehouden om de reële waarde van de schulden geleidelijk te doen uitdoven) en een groeiende welvaartskloof. De komende twee decennia van Amerikaanse groei zouden eruitzien als de laatste drie decennia in Japan. Geen ineenstorting, maar een lange, langzame stagnatie – een andere naam voor depressie.”)

Onder de subtitel ‘Deflationary dead end’ jogt Rickards op deze (in eerste instantie) deflatoire denkpiste voort: “The New Great Depression will produce powerful and persistent deflation, a result the U.S. Treasury and Federal Reserve fear more than any other economic outcome. Deflation is the most feared outcome because it makes the debt burden worse, yet it’s the most likely outcome because of the self-fulfilling liquidity trap.” (p.93)

(“De Nieuwe Grote Depressie zal krachtige en aanhoudende deflatie veroorzaken, een resultaat dat de Amerikaanse schatkist en de Federal Reserve meer vrezen dan enig ander economisch resultaat. Deflatie is de meest gevreesde uitkomst omdat het de schuldenlast verergert, maar het is de meest waarschijnlijke uitkomst vanwege de zelfvervullende liquiditeitsval.”)

De grootste vrees voor deflatie, aldus Rickards, is gerelateerd aan de wankele gezondheid van het banksysteem, en aan systeemrisico. Deflatie legt immers de reële waarde van schulden bloot (in tegenstelling tot inflatie, die schulden ‘wegeet’). De verwachting is dat in de nasleep van corona veel bedrijven overkop zullen gaan of in eerste instantie minstens hun leningen niet kunnen terugbetalen. Vallen er bovendien onder de werknemers ontslagen, dan kan je ook in dat segment van de maatschappij wanbetalingen verwachten. En waar schuldenaars, bedrijven of particulieren, in gebreke blijven hun lening af te lossen, beginnen de balansen van banken vanzelf barsten te vertonen.

Tot besluit van zijn vierde hoofdstuk hamert Rickards nogmaals op dezelfde nagel aan de maatschappelijke doodskist:

“The New Great Depression will be characterized by powerful deflation, at least initially. This deflation will be the result of greatly increased savings, reduced spending, and falling money velocity. Lower prices will beget more saving, which will beget lower prices, and so on, in a classic liquidity trap and deflationary spiral. Workers who have lost their jobs, businesses that have shut their doors, and others who fear they will be next to suffer the same fate will be in no mood to borrow or spend. Deflation is the immovable object that defeats the combined forces of easy money and big deficits.” (p.95).

(“De nieuwe grote depressie zal worden gekenmerkt door krachtige deflatie, althans in het begin. Deze deflatie zal het resultaat zijn van sterk toegenomen sparen, verminderde uitgaven en de dalende omloopsnelheid van geld. Lagere prijzen zullen leiden tot meer sparen, wat tot lagere prijzen zal leiden, enzovoort, in een klassieke liquiditeitsval en deflatoire spiraal. Werknemers die hun job verloren hebben, bedrijven die hun deuren hebben gesloten en anderen die vrezen dat zij de volgende zijn om hetzelfde lot te ondergaan, zullen niet in de stemming zijn om te lenen of uit te geven. Deflatie is het onwrikbare object dat de gecombineerde krachten van makkelijk geld en grote tekorten verslaat.”)

In deel 3 van deze blogpost gaan we hier verder op in, o.a. waarom goud ook kan gedijen in tijden van deflatie.

Hoofdstuk 5 – Civilization’s thin veneer

De titel van dit hoofdstuk spreekt luidop voor zich: ‘het dunne laagje vernis op beschaving’. Hierbij gaat Rickards dieper in op de maatschappelijke impact van COVID-19 én van de financieel-economisch verwoestende nasleep.

Rickards’ retorische vraag stellen is ze niet hoeven te beantwoorden: “(…) as we cope with COVID-19, are we facing a new legacy of anger, bitterness, and social disorder?” (p.103)

(“(…) terwijl we (nog leren) omgaan met COVID-19, worden we nu dan al geconfronteerd met een nieuwe nalatenschap, van woede, verbittering en sociale wanorde?”)

Rickards gaat uitgebreid in op de klinische kant van corona, op de fysieke en mentale nasleep, en zelfs op de impact op onze hersenen en ons centraal zenuwstelsel, tot aan de sociale stress en neurologische gedragsdisfuncties toe. Waarmee hij zijn lezers dan naar het incident met George Floyd brengt, die op 25 mei 2020 als het ware ‘doodgeknield’ werd, met wereldwijd de nodige maatschappelijke deining tot gevolg.

Sociale onrust linken aan coronastress, is dat vergezocht?

Tja, herlees eens onze blogpost ‘De Vierde Kering’?

Trouwens, toen Rickards deze ‘The New Great Depression’ vorig jaar schreef en zopas, begin januari, publiceerde, was er ook nog geen sprake van pakweg de mars op het Capitool, toch?

Laat staan van onze jonagold-man …

 

Een goed verstaander …

 

 

[wordt vervolgd]

 

 

 

Bronnen

RICKARDS, James. The New Great Depression – Winners And Losers In A Post-Pandemic World. Portfolio/Penguin. 2021.

https://twitter.com/TikTokInvestors/status/1346139667939340289

*

Disclaimer

De informatie in deze publicatie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als een individuele uitnodiging of aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen of tot aan- of verkoop van bepaalde financiële of andere producten. Iedere belegging die jij overweegt, moet je zelf toetsen aan je persoonlijk beleggersprofiel of moet je bespreken met je bankier of beleggingsadviseur. Beleggen brengt risico’s met zich mee. Je kan je inleg of een deel ervan verliezen. De waarde van je beleggingen kan fluctueren.  In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.