Hoe E-gold de weg bereidde voor Bitcoin.

De grote stijging in de prijs van “Bitcoin” leidt weer tot heel wat extra aandacht voor de zogenaamde cryptomunt. Zowat 10 jaar geleden hoorde ik voor het eerst van Bitcoin, en dit via Tuur Demeester, die als medewerker van het libertarische Murray Rothbard Instituut – dat niet langer actief is – het magnum opus van één van de meest vooraanstaande economen die behoren tot de “Oostenrijkse school”, de Spaanse Professor Jesús Huerta de Soto, naar het Nederlands vertaald heeft. Dat boek is een fundamentele kritiek van het huidige banksysteem, dat toelaat dat mensen denken steeds 100% van hun banktegoeden te kunnen afhalen, terwijl ze in realiteit maar over een fractie er van kunnen beschikken, indien iedereen op het zelfde moment zou beslissen om het recht uit te oefenen waarover ze denken te beschikken.

Net zoals andere libertariërs behoort Tuur tot de zogenaamde “early adopters” van het Bitcoin-verhaal. In een interview met de bekende Bitcoin-profeet Max Keiser, legde hij in 2012 uit dat “wanneer er een link [tussen geld] en de echte wereld bestaat, kunnen de autoriteiten daar op afgaan, confisqueren, reguleren en intimideren. Dat is wat met E-gold gebeurde”.

E-gold: Cruciaal om de hele opzet van Bitcoin te begrijpen. 

E-gold was een digitale munt, gecreëerd in 1996, in de begindagen van het internet, door de Amerikaanse oncoloog Douglas Jackson en advocaat Barry Downey. Het idee was eenvoudig: ontwikkel een systeem waarbij mensen elkaar met fysiek goud kunnen betalen, in plaats van met Dollars, waarbij dat fysiek goud niet op omslachtige wijze wordt overhandigd, maar door een onderneming – E-gold dus – van de ene kluis naar de andere kluis wordt getransfereerd, uiteraard met alle nodige veiligheidswaarborgen. Concreet werd goud – en ook zilver – opgeslagen in banken in Europa en Dubai. Zonder het internet kon zo’n systeem nooit performant zijn.

In de praktijk werd het een succes. Het bedrijf was twee jaar voor Paypal gesticht. De Financial Times beschreef het in 1999 als “de enige elektronische munt die een kritische massa op het web heeft verworven”. Tegen 2004 telde het zo maar even twee miljoen gebruikers en tegen 2006 vonden 3 miljard dollar aan transacties via E-gold plaats.

Hackers probeerden het systeem te ontwrichten en ook criminelen gebruikten het, maar volgens stichter Douglas Jackson werden dankzij de medewerking van het bedrijf ook heel wat criminelen gevat.

De “Patriot Act”, Amerikaanse wetgeving die in de nasleep van de aanslagen van 11 september 2001 tot stand kwam en volgens tegenstanders verregaande beperkingen op burgerrechten inhield, introduceerde nieuwe beperkingen op het overmaken van geld. Het Amerikaanse Ministerie van Financiën en Justitie kwamen vanaf 2006 met een nog striktere interpretatie van wat wettelijk mogelijk was, op basis waarvan het management van E-gold in 2007 werd gedagvaard en het bedrijf uiteindelijk de boeken moest toedoen.

Hoewel oprichter Douglas Jackson ontkent dat de strenge aanpak door de Amerikaanse overheid was geïnspireerd door de vrees dat de positie van de Amerikaanse dollar wel eens in het gedrang kon komen als gevolg van dergelijke initiatieven, was dit toen wel degelijk iets wat door velen in wat men de “crypto start-up community” kan noemen werd geloofd.

Jackson wees in een interview verleden jaar op een artikel over de geschiedenis van cryptomunten, waarbij de eerste cryptomunt, genaamd “E-Cash”, in 1991 werd ontwikkeld en er na de ontwikkeling van de “S/Key Unix login” in 1994 geen grote ontwikkelingen meer plaatsvonden tot aan de uitvinding van Bitcoin. Volgens hem is dat omdat “zo lang E-gold actief was, geen [crypto-alternatieven] een voet aan wal konden krijgen.”

Bitcoin werd uiteindelijk in januari 2009 officieel gelanceerd als een “gedecentraliseerde” digitale munt, “zonder de nood aan een derde partij die moeten worden vertrouwd”, aldus de “Bitcoin white paper”, een technisch manifest gepubliceerd door een zekere Satoshi Nakamoto, wat een pseudoniem is.

Jon Matonis blikt er in 2012 als voorzitter van de Bitcoin Foundation op terug: “De timing van de komst van Bitcoin en de groei nadien waren geen toeval (…) Een gecentraliseerde alternatieve munt zou wellicht niet lang overleven in gelijk welke jurisdictie. De komst van Bitcoin was ingebakken. Uit de rechtszaak tegen de digitale munt E-gold kunnen we afleiden dat een efficiënte stabiele munteenheid als rivaal [van overheidsgeld] echt niet zal worden toegelaten”, waarbij hij E-gold beschrijft als “een boekhoudkundig solide en verifieerbaar systeem waarbij eigendomsrechten van goud en zilver in een online digitale omgeving worden overgeheveld.”

Wat Bitcoin dus beoogt is dus de creatie van een soort van “digitaal goud”, waarbij er geen derde partij meer nodig is om het systeem te beheren, net vanwege het risico dat zo’n derde partij door overheden kan worden opgedoekt, of uiteraard ook kan corrumperen. Bitcoin is dan ook gebaseerd op “cryptografisch bewijs in plaats van vertrouwen”, aldus de Bitcoin white paper.

Het kan niet worden ontkend dat gebruikers van Bitcoin er een bepaalde waarde aan toekennen. De vraag is echter hoe schaalbaar het systeem is, en vooral hoe realistisch het is dat het systeem een aanval van de overheid kan overleven. Voor goud en zilver is dat laatste een uitgemaakte zaak, gezien de rol die deze edelmetalen al een paar duizend jaar spelen als betaalmiddel en spaarmiddel.

Hoe schaalbaar is Bitcoin?

De groei in de prijs van Bitcoin in vergelijking met fiatgeld van de jongste maanden lijkt te doen vergeten dat er eigenlijk heel wat pessimisme was gegroeid rond het potentieel van Bitcoin.

Volgens de zogenaamde “Bitcoin maximalists” is Bitcoin de best geplaatste cryptomunt om de standaard te worden voor digitaal geld. Zij geven evenwel toe dat er heel wat problemen zijn met Bitcoin die de ontwikkeling in die richting verhinderen.

Los van de vraag hoe schadelijk de volatiele prijs is voor de vooruitzichten van Bitcoin als betaalmiddel of spaarmiddel, en of dit al dan niet een tijdelijk fenomeen is, is er het zogenaamde “Bitcoin scalability problem”, wat inhoudt dat het tempo waaraan het Bitcoin-netwerk transacties kan verwerken, als te traag wordt ervaren om echt schaalbaar te kunnen worden.

Bitcoin transacties worden opgeslagen in een openbare gedistribueerde database, gekend als de “blockchain”. Volgens Giacomo Zucco, een Italiaanse Bitcoin maximalist, is het net dit systeem van de “blockchain” wat Bitcoin-transacties te omslachtig maakt. Hij is voorstander van een andere aanpak, via het zogenaamde “Bitcoin lightning” netwerk, wat inhoudt dat transacties praktisch onmiddellijk plaatsvinden, en niet elke 10 minuten, gemiddeld, zoals met blockchain, en dan per groep om de zoveel tijd worden geklaard. Bitcoin zonder blockchain dus, als poging om Bitcoin beter te doen schalen.

In elk geval is het voor aanhangers van Bitcoin cruciaal dat de gedecentraliseerde natuur van het netwerk volledig wordt behouden. Bitcoin-maximalisten zoals Zucco hebben alternatieve cryptomunten, zoals bijvoorbeeld Ethereum ervan beschuldigd om de principes van Bitcoin te schenden in de omgang met het schaalbaarheidsprobleem, dit om te kunnen uitpakken met grotere efficiëntie.

Hij stelt: “Bitcoin offert efficiëntie op om meer “overheidsresistent” te kunnen zijn. Elke Bitcoin-kloon – inclusief Ethereum – moet een dergelijke belangrijke efficiëntie trade-off maken.”

Kan Bitcoin een aanval door de autoriteiten afslaan?

Zelfs indien Bitcoin voldoende schaalbaar zou zijn om als private en digitale wereldmunt te fungeren, en het systeem niet intern corrumpeerbaar zou zijn, blijft de vraag of Bitcoin wel een aanval door de overheid kan afslaan.

Dit is niet zo maar een detail. Zoals het bovenstaande duidelijk maakt, hangt het wezen van Bitcoin hiermee samen.

Het debat hieromtrent is gaande. Sommigen stellen dat Bitcoin “helemaal niet zo gedecentraliseerd is, want de meeste ‘mining pools’ bevinden zich in China”.

Bitcoin speelt nu reeds een grote rol in de oppositie tegen overheden. Zo ontvangt de Russische opposant Alexei Navalny bijvoorbeeld steunfondsen via Bitcoin.

Ook in de Westerse wereld zou een doorbraak van Bitcoin als geld bijzonder grote gevolgen hebben. Op dit moment zijn de meeste Westerse welvaartstaten sterk afhankelijk van de lage rente. Die is volgens hoofdeconoom Claudio Borio van de Bank for International Settlements (BIS) in Bazel – de “Bank der Centrale Banken” – het gevolg van het beleid van centrale banken.

Indien mensen niet langer overheidsgeld gebruiken, hebben overheden niet langer de optie van “monetaire financiering”, waarbij centrale banken de rente kunstmatig laag houden, zodat overheden geen hoge rente dienen te betalen op het geld dat ze lenen ter financiering van hun – nogal exuberante – uitgaven. Enkel hogere belastingen en leningen met hoge rente resten dan nog als financieringsbron, wat in de praktijk dus betekent dat er meer druk komt op overheden om te besparen.

Westerse regeringen zijn zich maar al te bewust van het gevaar.

Reeds in 2012 waarschuwde de Europese Centrale Bank voor Bitcoin, en pleitte het voor toezicht, maar in een opiniepaper verleden maand stelde de ECB dat het de bevoegdheid wil om Bitcoin al dan niet toe te laten. Terwijl de ECB in 2012 nog eerder focuste op het risico van crimineel gebruik van de virtuele munt, stelt ze nu openlijk dat “monetaire soevereiniteit” wel eens in het gedrang kan komen als gevolg van Bitcoin en andere cryptomunten. De opiniepaper werd gepubliceerd als antwoord op een initiatief van de Europese Commissie om “markten in crypto activa” te gaan reguleren, dus we mogen zeker wel activiteit verwachten op dit vlak.

Ook de nieuwe Amerikaanse Minister van Financiën, Jannet Yellen, verklaarde reeds dat “misbruik” van cryptomunten een “groeiend probleem” is en dat het gebruik daarom moet worden “omkaderd”. Dat de Amerikaanse Dollar net zo goed en op veel grotere schaal wordt ingezet voor crimineel gebruik is natuurlijk een indicatie dat ook de V.S. vrezen voor hun “monetaire soevereiniteit”. Het lijkt er dus in elk geval op dat cryptomunten zich mogen gaan klaar maken voor overheidsinitiatieven.

Hoe ver zullen overheden gaan? In China is Bitcoin een veelgebruikt middel om kapitaalcontroles te omzeilen, en op geregelde tijdstippen de afgelopen jaren ondernamen de Chinese autoriteiten reeds actie, maar desondanks slagen Chinese Bitcoin- en crypto-gebruikers er nog in om gaten in de Chinese wetgeving te vinden, onder meer via het doen van medische aankopen buiten China.

Op dit moment wordt Bitcoin sowieso nog maar door een heel beperkt deel van de bevolking gebruikt. Zo belangrijk is dit nu dus nog niet voor het geldmonopolie van de overheid, dus zo ver moet diezelfde overheid dus ook niet gaan. De wereldwijde ontwaarding van fiatgeld zou echter wel eens voor een versnelling kunnen zorgen. Is het dan zo ondenkbaar dat in de eerste plaats autoritaire staten zoals China ondernemingen die het gebruik van Bitcoin faciliteren crimineel gaan vervolgen?

Sommigen beweren dat overheden het internet zouden moeten platleggen om Bitcoin-gebruik echt aan banden te leggen, maar zelfs dit is misschien niet ondenkbaar. Iran legde in 2019 het internet voor een week plat, na protesten tegen de overheid, waarbij mensen werden gedwongen een lokaal, strikt gereglementeerd internet te gebruiken. De controle over de gelduitgifte is vitaal voor het overleven van dictaturen, maar ook voor de betaalbaarheid van Westerse welvaartstaten. Wie durft verregaande maatregelen uit te sluiten? Wat dan weer de conclusie met zich meebrengt, dat zelfs de meest optimistische crypto-aanhangers best ook wat fysiek goud en zilver inslaan.

Pieter Cleppe is politiek analist (Europese Unie, Brexit, Eurozone, Belgische politiek).

@pietercleppe