Inflatie in de eurozone bereikt onverwacht record, hoe moet het nu verder?

De inflatie in de eurozone versnelde vorige maand onverwacht tot een record en dat doet heel wat economen toch de wenkbrauwen fronsen. Het ziet er namelijk naar uit dat we eerder dan verwacht een wijziging in de monetaire politiek zullen krijgen. De Europese Centrale Bank zou namelijk haar rentetarieven eerder dan verwacht kunnen verhogen, een scenario waar tot dusver niet of nauwelijks rekening mee was gehouden.

De consumentenprijzen stegen in januari met 5,1% ten opzichte van een jaar geleden, tegenover een stijging met 5% in december. De mediane schatting in een Bloomberg-enquête onder 44 economen zag een lezing van slechts 4,4% en geen enkele voorspelde dat de inflatie met meer dan 5% zou toenemen. Eén en ander blijft natuurlijk niet zonder gevolgen voor de monetaire politiek van de ECB.

De geldmarkten verwachten nu dat de ECB de rente in juli met 10 basispunten verhoogt, in plaats van in september. Terwijl in Duitsland en Frankrijk, de twee grootste economieën van de eurozone, een vertraging van de inflatie optrad, zorgde de piek in de energiekosten voor een hogere prijsgroei in het 19-koppen tellend Europees valutablok als geheel. De inflatie was bijvoorbeeld meer dan een procentpunt hoger dan analisten hadden voorspeld in Italië, waar ze versnelde tot 5,3%.

Energie en andere volatiele componenten zoals voedsel buiten beschouwing gelaten bedroeg de kerninflatie 2,3%, of een daling ten opzichte van de 2,6% van vorige maand. President Christine Lagarde heeft herhaaldelijk verklaarde dat de gestegen inflatie een fenomeen van tijdelijke aard zal blijken te zijn. De situatie zou normaliseren naarmate de elektriciteits- en verwarmingskosten afnemen en de toeleveringsketen naar de fabrieken toe normaliseert.

De kans neemt echter toe dat de ECB-voorzitter de bal heeft misgeslagen. Lagarde staat nu onder een druk die vergelijkbaar is met die welke een aantal andere centrale bankiers ertoe heeft aangezet hun verklaringen stop te zetten dat de huidige inflatiedruk tijdelijk is. Fed-voorzitter Jerome Powell zei in december dat het “waarschijnlijk een goed moment” was om de uitspraak “van voorbijgaande aard” te schrappen.

Sommige regeringen zijn tussenbeide gekomen om de gezinnen te helpen die worstelen met de stijgende energiekosten, kosten die in januari met 28,6% stegen in de eurozone. Er zijn signalen die erop wijzen dat de verstoringen in de aanvoerketen minder acuut worden, terwijl het statistische effect van een tijdelijke verlaging van de omzetbelasting in Duitsland ook aan het verdwijnen is. Wat de algemene inflatie daar helpt verlagen. Het kan dus inderdaad zo zijn dat het inflatiegevaar geleidelijk aan wat kan afzwakken.

Een sterke vraag stelt bedrijven echter in staat om hogere kosten voor onderdelen en materialen naar de klanten door te rekenen, zo blijkt een onderzoek onder inkoopmanagers. Waardoor de prijzen de komende maanden dreigen te blijven stijgen. Op middellange termijn zal loongroei de belangrijkste factor zijn. Hoewel beleidsmakers tot nu toe geen reden tot bezorgdheid zien, is de werkloosheid in de eurozone gedaald. Waardoor de opwaartse druk op de salarissen is toegenomen.