Inflatie in de eurozone bereikt op 5% nieuwe recordhoogte

De inflatie in de eurozone is vorige maand onverwacht gestegen, wat waarschijnlijk tot ongemakkelijke gevoelens heeft geleid bij de Europese Centrale Bank die de prijsdruk consequent heeft onderschat en hiervoor onder vuur komt te liggen door sommige van haar eigen beleidsmakers. De inflatie in de 19 landen die de euro delen, steeg tot 5% van 4,9% in november, een recordhoogte voor het valutablok en ruim boven de verwachting van analisten van 4,7%.

Energieprijzen, met een stijging van 26% in vergelijking met een jaar eerder, bleven de belangrijkste drijfveer van de inflatiestijging, maar de stijgingen van de prijzen voor voedsel, diensten en geïmporteerde goederen lagen ook allemaal ruim boven de algemene inflatiedoelstelling van 2% van de ECB, zo blijkt uit de gegevens die Eurostat vorige vrijdag publiceerde. Toen de economie weer tot leven kwam na de eerste pandemische schok vorig jaar, nam de prijsgroei een hoge vlucht, waardoor de ECB – die een paar maanden geleden slechts een goedaardige inflatiebult voorspelde – overrompeld werd.

Naast de opwaartse druk, beperkten knelpunten in de toeleveringsketen de beschikbaarheid van consumentenproducten, terwijl huishoudens, gedwongen om hun geld een jaar lang te sparen, aan alles en nog wat begonnen uit te geven, van nieuwe auto’s tot restaurantmaaltijden. De meeste van deze inflatiefactoren zijn inderdaad tijdelijk, dus de prijsdruk zou uiteindelijk moeten afnemen. Maar de meningen lopen uiteen over hoe snel de inflatie zal dalen en waar deze zich waarschijnlijk zal stabiliseren zodra de economie zich aanpast aan een nieuw normaal.

De ECB verwacht dat de inflatie tegen het einde van dit jaar weer onder de 2% komt, maar een lange lijst van invloedrijke beleidsmakers zet vraagtekens bij dit verhaal en waarschuwt dat de risico’s naar hogere cijfers verschuiven en dat de waarden boven de doelstelling kunnen aanhouden tot volgend jaar. Een deel van de zorg is dat de onderliggende prijzen – of de inflatie exclusief volatiele voedsel- en brandstofprijzen – ook boven de doelstelling liggen, wat suggereert dat sectoren die het afgelopen decennium onderhevig waren aan zwakke prijsdruk zich nu aanpassen.

De inflatie exclusief voedsel- en brandstofprijzen, nauwlettend in de gaten gehouden door de ECB, steeg in december van 2,6% naar 2,7%, terwijl een smallere maatstaf die ook alcohol en tabaksproducten buiten beschouwing laat, stabiel bleef op 2,6%. Beide cijfers waren net boven verwachting. Toch zal er op korte termijn waarschijnlijk geen actie door de ECB ondernomen worden.

De bank heeft haar stimulerende maatregelen slechts een paar weken geleden afgeremd, dus het is niet waarschijnlijk dat er vóór maart een grote herziening van haar standpunt zal plaatsvinden. De ECB stelt ook dat de loongroei, een voorwaarde voor duurzame prijsdruk, aan bloedarmde lijkt en dus geen gevaar vormt. Terwijl de toename van coronavirusinfecties de economische activiteit waarschijnlijk zal afremmen en op de inflatie zal wegen.