Institutionele beleggers moeten kost wat kost goud hebben

Joshua Clappers van Doijer & Kalff besteede in een recente blog aandacht aan de markt voor edelmetalen. Na de recente opleving die goud en in het bijzonder zilver hebben gehad, dient er voorlopig weer te worden geïncasseerd. Na in juli te maken hebben gehad met een sterke verkoopdruk, herstelden de goud- en zilverprijzen zich toen de Amerikaanse rente opliep en daarmee de rente op Amerikaanse staatsobligaties.

Deze opleving stuitte ondertussen op weerstand, volgens Clappers omdat ze voornamelijk de steun mist van beleggers die zoeken naar een veilige haven. Stijgende rente is immers een risk-off voor edelmetalen. Er zijn twee basisscenario’s mogelijk. 1) Bear case: de vraag naar safe haven assets zullen verder afnemen, ervan uitgaande dat economieën niet in een recessie terechtkomen. 2) Bull case: economieën verkeren in een (technische) recessie, en dit zou moeten leiden tot een aanzienlijke stijging van de vraag naar safe haven assets, dus naar goud en zilver.

Wat Clappers met name hoogst opmerkelijk vind, is dat vanuit het laatst verschenen CME rapport is gebleken dat de goudvoorraad van de COMEX in hard tempo afneemt. Zo is maar liefst 41% van de goudvoorraad uitgeleverd. Dit betekent dat eigenaren (in hoofdzaak bullion banks en vermogensbeheerders) het goud in eigen beheer opslaan, om verzekerd te zijn van juridisch eigendom. Het goud en zilver dat ligt opgeslagen bij de welbekende vaults zoals de COMEX en LBMA is in veel gevallen niet dekkend voor de partijen die edelmetalen hebben opgeslagen. Er is meer “paper” in omloop, dan er daadwerkelijk is aan fysiek edelmetaal, dit betekent dat vaults een negatieve voorraad zouden hebben. Er is dus sprake van een zekere “goldrun” door institutionele partijen, dit is veelzeggend.