Problemen op de vastgoedmarkt duiken in snel tempo op

Swedbank stelt in een onderzoeksnota dat de Zweedse huizenprijzen met 15% dalen naarmate de groei stagneert. Dat is volgens Frank Vranken, Chief Investment Officer bij Edmond de Rothschild (Europe), een flinke daling en het is vermeldenswaard dat de woningprijzen elders in Europa, zeker ook in België, onder druk komen te staan. Maar zijn er duidelijke verschillen in de mogelijke verschuiving tussen landen?

Volgens de OESO zijn er voornamelijk 5 landen die het risico lopen een ernstiger huisvestingsprobleem te krijgen in de huidige economische vertraging. 5 namen komen altijd weer naar voren; Nieuw-Zeeland, Australië, Canada, het VK en Zweden.

In een onderzoeksnota overziet de OESO de evolutie in 3 parameters. Dat zijn a. de stijging van de reële huizenprijzen sinds 2000, b. de prijs van een huis ten opzichte van het inkomen en c. de huurprijs. Het lijdt geen twijfel dat de bovengenoemde landen in die periode allemaal 3 tot 5 keer zo hoog zijn als de VS, Japan of Duitsland. Overigens heeft Japan in die periode zelfs negatieve prijsontwikkelingen gezien. Dus geen bubbel daar..

Als de gloeiend hete huizenmarkten in deze 5 landen stoom aflaten, kunnen eigenaren  volgens Vranken in een negatief eigen vermogen terechtkomen, d.w.z. dat de waarde van hun huis niet langer hun hypotheekleningen dekt. Dat zou uiteraard extra pijn veroorzaken voor de eigenaren. Extra pijn die bovenop de hogere elektriciteitsprijzen voor woningen komt.

Hier zijn het de Britse huishoudens die voor bijna alles de angel van stijgende kosten zullen voelen. In een vergelijking tussen landen werd het VK geconfronteerd met de grootste stijging van de elektriciteitsprijzen. Japan en de VS lopen ver achter op de stijgingen in het VK, ook al zijn deze 2 ook getuige geweest van stijgende energiekosten.

Het resultaat is dat consumentenpijn een wereldwijd fenomeen is en van alle kanten komt. Een lager consumentenvertrouwen zou niet moeten verbazen en zou alleen maar volgen op het dalende producentenvertrouwen, zoals blijkt uit de PMI’s van gisteren.