Vertrek Weidmann kan het sein geven voor nieuwe conflicten binnen de ECB

Het vertrek van Jens Weidmann uit de Europese Centrale Bank in de tweede helft van 2021 is het meest tastbare teken tot nu toe dat de inspanningen van ECB president Christine Lagarde om afwijkende beleidsmakers voor zich te winnen op een dood spoor zijn beland. De spanningen binnen de centrale bank kunnen het toneel vormen voor nieuwe wrijvingen en die zouden wel eens sneller dan verwacht de kop kunnen opsteken.

De president van de Bundesbank kondigde onlangs onverwacht aan dat hij zou aftreden, 5 jaar voordat zijn termijn bij de Duitse centrale bank afloopt. Weidmann zei dat het tijd was om een pagina om te slaan. Bronnen binnen de centrale bank van de eurozone en ECB-waarnemers zeiden dat het aftreden van Weidmann aantoont dat Lagarde’s strategie om de beleidshaviken die zich verzetten tegen het goedkope kredietbeleid van de ECB voor zich te winnen geen vruchten heeft afgeworpen.

De kloof tussen de ECB en Duitsland, de grootste aandeelhouder van de Europese Centrale Bank, lijkt daarmee groter dan ooit. Hoewel sommigen hopen dat de opvolger van Weidmann – die wordt gekozen door een nieuwe Duitse regering die waarschijnlijk wordt geleid door de sociaal-democraten – een meer constructieve aanwezigheid zal hebben in de Raad van Bestuur van de ECB kan Lagarde zich toch beter schrap zetten voor meer conflicten.

Die hebben te maken met het feit dat een groeiend aantal beleidsmakers zich ongemakkelijk voelt bij het officiële standpunt van de ECB, verdedigd door hoofdeconoom Philip Lane, dat de recente stijging van de inflatie tijdelijk zal blijken te zijn. Het omslagpunt kan in juli zijn gekomen, toen de ECB beloofde de rente zo laag mogelijk te houden totdat de inflatie zou stabiliseren op haar 2%-doelstelling, dit ondanks de tegenstand van Weidmann. Het conflict over de rentepolitiek zou zich nu verder kunnen uitbreiden.