Voedselprijzen kunnen ganse jaar hoog blijven

 

De voedselprijzen voor landbouwproducten stegen in maart met 37% na een stijging van 28% in 2021 en het grondstoffenteam van Bank of America suggereert dat er ruimte is voor verdere stijging, gezien de leveringsproblemen in verband met de oorlog tussen Rusland en Oekraïne.

Het doorwerken van veranderingen in de landbouwprijzen gebeurt relatief traag, waardoor Ethan Harris en het economische team van Bank of America geloven dat de voedselinflatie de rest van het jaar hoog zal blijven. Hogere prijzen zijn meer een probleem voor de opkomende markten dan voor de ontwikkelde markten – voedsel is goed voor ongeveer 50% van de CPI in Zambia en India, maar minder dan 15% in veel ontwikkelde markten.

Hogere voedselprijzen kunnen leiden tot politieke instabiliteit en de analisten van Bank of America denken dat Afrika het meest kwetsbaar is, aangezien het continent het meest afhankelijk is van voedselimport. Volgens de Chinese econoom van de Amerikaanse zakenbank, Helen Qiao, zou China echter slechts een beperkt CPI-effect moeten ondervinden van hogere landbouwprijzen.

Rijst, in tegenstelling tot tarwe of maïs in andere landen, is het belangrijkste graan voor China en wordt lokaal geproduceerd. Ondanks de hogere voerkosten, zullen de varkensprijzen voorlopig op een laag niveau blijven gezien het overvloedige aanbod.