De stijging van de transportkosten bedreigt het herstel van de wereldeconomie

Een stijging van de tarieven voor containervervoer vormt een bedreiging voor het wereldwijde economische herstel, waarbij kleine landen die afhankelijk zijn van leveringen overzee naar verwachting het zwaarst worden getroffen door een piek in de prijzen voor vervoer. Dat staat te lezen in het laatste rapport van VN-agentschap UNCTAD. Hogere transportkosten dragen hun steentje bij tot meer inflatie.

Een sterke stijging van de vraag naar consumptiegoederen tijdens de pandemie heeft wereldwijd tot grote knelpunten in het aanbod geleid, wat een impact heeft gehad op het aanbod van containerschepen en containers om vracht te vervoeren.
Scheepvaart- en havenfunctionarissen verwachten dat de verstoringen van de wereldwijde toeleveringsketen zich zullen uitstrekken tot 2022.

“De huidige stijging van de vrachttarieven zal een diepgaande invloed hebben op de handel en het sociaal-economisch herstel ondermijnen, vooral in ontwikkelingslanden en dit totdat de maritieme scheepvaartactiviteiten weer normaal worden”, zei UNCTAD-secretaris-generaal Rebeca Grynspan. In haar Review of Maritime Transport voor 2021 stelde de UNCTAD dat de huidige stijging van de containervrachttarieven, indien aanhoudend, de wereldwijde invoerprijsniveaus met 11% en de consumentenprijsniveaus met 1,5% tussen nu en 2023 zou kunnen verhogen.

“De impact zal naar verwachting groter zijn voor kleinere economieën die sterk afhankelijk zijn van geïmporteerde goederen voor een groot deel van hun consumptiebehoeften,” aldus de organisatie. De UNCTAD voegde er aan toe dat alle betrokkenen in de maritieme toeleveringsketen, waaronder containerlijnen, havens, aanbieders van binnenlands vervoer, douane en verladers samen moeten werken om zoveel mogelijk informatie te delen en het zeevervoer zodoende efficiënter te maken. Gezien deze kostendruk en aanhoudende marktverstoring, wordt het steeds belangrijker om het marktgedrag op de voet te volgen en transparantie te waarborgen als het gaat om het vaststellen van tarieven, vergoedingen en toeslagen”, zo luidt de conclusie.